Hoe de Watersnoodramp leidt tot een omroepstorm

Rampen verbroederen, maar de Watersnoodramp van 1953 leidt tot een omroepstorm. De eigenwijze AVRO ligt onder vuur, en dat kost een hoop leden.

Special radio en de Watersnoodramp
PodcastOmroepen over eigen rolNieuws en nog eens nieuwsRamp leidt tot omroepstormBeurzen open, dijken dicht

De ramp in het zuidwesten van het land voltrekt zich in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari. ’s Nachts zenden Hilversum 1 en 2 niet uit. De eerstvolgende nieuwsuitzending is de Radionieuwsdienst van het ANP op zondagochtend. Vanaf dat moment gooien omroepen programma’s om om te berichten over de noodsituatie.

Omroepen die op 1 februari 1953 tussen 8.00 en 0.00 uur uitzenden zijn achtereenvolgens:
Hilversum 1: VARA, AVRO, VARA, VPRO, IKOR, AVRO.
Hilversum 2: KRO, NCRV, KRO, IKOR, NCRV, KRO.

Er is veel lof voor de radio. De Katholieke Radio Gids schrijft in de editie van 8 februari 1953 dat berichtgeving tijdens de ramp in voortdurend overleg gebeurt met de Radionieuwsdienst en de omroep op de andere zender. VARA, NCRV en KRO combineren zelfs hun reportagediensten.

Omdat de telefoon met het rampgebied niet werkt, gebruikt het Rijk de radio om boodschappen naar het rampgebied te sturen. Zo lezen omroepers berichten voor over bijvoorbeeld gemeenten die dringend contact moeten leggen met het Rijk, en hoe geëvacueerden zich kunnen registreren.

En juist daar wringt de schoen. Waar VARA, NCRV en KRO berichten van de Rijksoverheid zonder pardon voorlezen, wil de AVRO ze eerst zien en goedkeuren. AVRO-voorzitter G. de Clerq stelt dat alleen zijn omroep verantwoordelijk is over wat er in AVRO-zendtijd wordt uitgezonden. Hij haalt een voorbeeld aan van een overheidsbericht dat kort na de ramp bij een andere omroep is uitgezonden, waarin een verkeerd aantal slachtoffers wordt genoemd. Dat wil De Clerq bij zijn omroep voorkomen.

Het Rijk is op zijn zachtst gezegd verrast over de houding van de AVRO. Om toch berichten te kunnen doorgeven in AVRO-uitzendingen vordert het Rijk zendtijd, elke keer als de berichtendienst op de radio wil. Door die maatregel draagt niet de AVRO maar het Rijk verantwoordelijkheid voor de inhoud van het uitgezonden bericht.

Schande
Uit journalistiek oogpunt is de houding van de AVRO te begrijpen. Maar in februari 1953 spreken de andere omroepen er schande van. Het Nieuwsblad van het Noorden heeft het over “een slechte beurt” van de AVRO. De omroepstorm wordt heviger als AVRO-leden bij de regering klagen over hun eigen omroep. Twee freelance-medewerkers van het programma Ik weet, ik weet, wat u niet weet weigeren om nog langer voor de AVRO te werken en volgens diverse kranten zeggen duizenden leden hun lidmaatschap op.

Krantenkoppen over de omroeprel

Slappe houding
De AVRO blijft ontkennen dat ze iets verkeerd heeft gedaan. In een radiotoespraak zegt voorzitter G. de Clerq dat de omroep “gaarne bereid” was om zendtijd af te staan, als de regering de verantwoordelijkheid voor de inhoud zou nemen”. In De Clerqs woorden was het zo dat “we zondag maar al te zeer ondervonden hoe nodig het is om in een tijd van paniek het hoofd koel te houden en het heft in handen te houden. Omdat een gebrekkige organisatie of een slappe houding de onrust alleen maar nodeloos kan bevorderen”.

Misdadig
Misschien is het een woordenspel: betekent het ‘onder voorwaarden afstaan’ van zendtijd hetzelfde als ‘weigeren om vrijwillig zendtijd te geven’? Voorzitter De Clerq zegt dat hij -anders dan de voorwaarde dat de AVRO de berichten eerst mocht keuren- de regering geen strobreed in de weg legde. “Elke andere houding van het A.V.R.O. bestuur zou misdadig geweest zijn!” Er is dan ook geen conflict, zegt De Clerq. In het omroepblad De Radiobode van 15 februari 1953 schrijft de omroep dat ze “met grote verontwaardiging” kennis neemt van anti-AVRO- sentimenten.

Communiqué
De drie andere grote omroepen, VARA, KRO en NCRV, geven hún versie in een gezamenlijk communiqué in de Katholieke Radio Gids van de KRO en De Radiogids van de VARA op 22 februari 1953. Ze geven toe dat hun rampberichtgeving in eerste instantie verwarrend was, maar dat dat verbetert nadat ze hun diensten samenvoegen. Voor de AVRO hebben ze geen goed woord over.

-Lees verder onder de afbeelding-

Communiqué zoals afgedrukt in KRO’s Katholieke Radio Gids

VARA, KRO en NCRV vinden het ook vreemd dat de AVRO ondanks herhaalde verzoeken niet mee wil doen aan een gezamenlijke reportagedienst. Wat ook kwaad bloed zet is dat de AVRO op vrijdagavond 6 februari op tv een cabaretprogramma uit wil zenden. VARA, KRO en NCRV en de onafhankelijke televisiedienst NTS komen in spoedvergadering bijeen. “Eerst in deze spoedvergadering heeft de heer De Clercq” (de AVRO dus) “medegedeeld van zijn voornemen af te zien”, schrijven VARA, KRO en NCRV.

Toch nog
Uiteindelijk sluit de AVRO zich alsnog aan bij de gezamenlijke verslaggeving. De VPRO, dan nog een vrijzinnig protestantse omroep, houdt zich in de discussie afzijdig. De NCRV schrijft in zijn Omroepblad van 28 februari 1953 kort over de AVRO die “haar kracht zocht in het isolement”. De NCRV concludeert dat het een “persoonlijke deraillement” van de AVRO-voorzitter was en geen “onderlinge animositeit tussen de omroepverenigingen”.

Reactie van de NCRV als de AVRO na de omroeprel besluit om wél mee te doen aan Beurzen open, Dijken dicht, zoals afgedrukt in NCRV’s Omroepgids